Grotamar 71

Veiligheidsinformatiebladen
Volgens Verordening (EG) 1907/2006

131749  Trichloorethyleen, gestabiliseerd met ethanol (Reag. Ph. Eur.) PA-ACS


  1. Identificatie van de stof/preparaat en van maatschappij of bedrijf
      1.1Identificatie van de stof of van het preparaat

      Naam:
      Trichloorethyleen, gestabiliseerd met ethanol

      1.2Gebruik van de stof of het preparaat:

      Laboratorium toepassingen, analysis, onderzoek en Fijnchemie.

      1.3Identificatie van maatschappij of bedrijf:

      PANREAC QUIMICA, S.A.U.
      C/Garraf, 2
      Polígono Pla de la Bruguera
      E-08211 Castellar del Vallès
      (Barcelona) Spanje
      Telefoon (+34) 937 489 400
      e-mail: product.safety@panreac.com
      Spoed:
      Algemeen alarmnummer: 112 (EU)
      Telefoon: (+34) 937 489 499


  1. Gevarenaanduiding

      Kan kanker veroorzaken. Irriterend voor de ogen en de huid. Schadelijk voor in het water levende organismen, kan in het aquatisch milieu op lange termijn schadelijke effecten veroorzaken. Dampen kunnen slaperigheid en duizeligheid veroorzaken.


  1. Samenstelling/informatie m.b.t. de bestanddelen

      Naam: Trichloorethyleen, gestabiliseerd met ethanol
      Formule: Cl2CClCH     M.=131,39      CAS [79-01-6]     
      EG-Nummer (EINECS): 201-167-4    
      EG-Index-Nr. 602-027-00-9


  1. Eerste Hulp
      4.1Algemene aanwijzingen:

      In geval van bewustzijnsverlies nooit te drinken geven noch braken opwekken.

      4.2Inademing:

      Slachtoffer in buitenlucht brengen. In geval van verstikking kunstmatige ademhaling toepassen. Kleding losmaken om ademhalingswegen vrij te maken.

      4.3Contact met de huid:

      Wassen met overvloedig water. Besmette kleding uittrekken.

      4.4Ogen:

      Met overvloedig water uitwassen (minimaal gedurende 15 minuten) en oogleden open houden. Medische hulp inroepen.

      4.5Inslikken:

      Voorzichtig bij braken (er bestaat gevaar voor inademing). Laxeermiddelen: natrium sulfaat (1 eetlepel in 250 ml water). Vaseline-olie toedienen als laxeermiddel (3 ml/kg). Oplossing van kool actief voor medische doeleinden toedienen. Geen ricinusolie toedienen. Geen melk drinken. Geen ethyl-alcohol drinken. Medische hulp inroepen.


  1. Brandbestrijdingsmaatregelen
      5.1Geschikte blusmiddelen:

      De voor de omgeving geschikte middelen.

      5.2Brandblusmiddelen die NIET gebruikt dienen te worden:

      -----

      5.3Speciale risico´s:

      Onbrandbaar. Dampen zijn zwaarder dan lucht waardoor deze zich op grondniveau kunnen verplaatsen. Er kunnen zich explosieve mengsels vormen met lucht. In geval van brand kunnen zich giftige dampen ontwikkelen van HCl, Cl2, COCl2. De gevormde dampen laten neerslaan met water. Bakken afkoelen met water.

      5.4Beschermingsmiddelen:

      -----


  1. Maatregelen die genomen moeten worden in geval van per ongeluk morsen
      6.1Individuele voorzorgsmaatregelen:

      Dampen niet inademen.

      6.2Voorzorgsmaatregelen ter bescherming van het milieu:

      Doorgang naar waterafvoersysteem niet toegestaan. Verontreiniging van bodem, water en afwatering voorkomen.

      6.3Ophaal/schoonmaakmethoden:

      Met absorbeermiddelen opnemen (Algemeen Absorbeermiddel Panreac, Kieselguhr, enz.) of bij gebreke hiervan met zand ofdroge aarde en in afvalcontainers storten voor latere afvoer in overeenstemming met de geldende normen. Restanten met overvloedig water reinigen.


  1. Behandeling en opslag
      7.1Behandeling:

      Zonder overige speciale aanwijzingen.

      7.2Opslag:

      Goed gesloten potten of flessen. In goed geventileerd lokaal. Kamertemperatuur.


  1. Controles op blootstelling/persoonlijke bescherming
      8.1Technische beschermingsmaatregelen:

      Goede ventilatie en toevoer van verse lucht in het lokaal verzekeren.

      8.2Uiterste controle met betrekking tot blootstelling:

      -----

      8.3Bescherming ademhalingsorganen:

      In geval van vorming van dampen/aerosolen geschikte beademingsapparatuur gebruiken. Filter A. Filter P3.

      8.4Bescherming van de handen:

      Geschikte handschoenen gebruiken ( neopreen, nitril).

      8.5Bescherming van de ogen:

      Geschikte bril gebruiken.

      8.6Bijzondere hygiënische maatregelen:

      Besmette kleding uittrekken. Handen en gezicht wassen vóór rustpauzes en bij beëindigen van het werk. Volledige beschermingsapparatuur gebruiken.

      8.7Beheersing van milieublootstelling:

      Voldoe aan de afspraken gemaakt onder locale wetgeving ter bescherming van het milieu.

      Het soort lichaamsbescherming moet al naargelang van de concgevaarlijke stoffen op de werkplek gekozen worden. De chemische weerstand van de bescherming moet met de leverancier geregeld worden.


  1. Fysieke en chemische eigenschappen

      Aspect:

      Transparante en kleurloze vloeistof.

      Geur:

      Kenmerkend.

      Kookpunt:86,7°C
      Smeltpunt: -84,8°C
      Temperatuur zelfontbranding: 410°C
      Explosielimieten (lager/hoger): 7,9 / 90 vol.%
      Dampdruk: 77 hPa (20°C)
      Dichtheid (20/4): 1,46
      Oplosbaarheid: 0,4 g/l in water van 20ºC


  1. Stabiliteit en reactiviteit
      10.1Omstandigheden die voorkomen dienen te worden:

      Hoge temperaturen.

      10.2Stoffen die vermeden dienen te worden:

      Perchloorzuur. Lichte metalen. Metalen in poedervorm. Alkalische metalen. Aardalkali metalen. Alkalische hydroxiden. Alkalische amiden. Zuurstof. Zuurstof/ Alkalische oplossingen. Stikstofoxiden. Waterstofverbindingen van metalloïden.

      10.3Producten die gevaarlijk zijn bij afbreken/ontbinding.

      Waterstofchloride. Chloor. COCl2.

      10.4Aanvullende informatie:

      Gevoelig voor warmte. Gassen/dampen kunnen met lucht explosieve mengsels vormen.


  1. Toxicologische informatie
      11.1Acute giftigheid:

      LDLo oraal konijn: 7330 mg/kg
      DC50 inademing rat: 64,8 mg/m3/4h
      LDLo oraal mens: 7 g/kg
      LCLo inademing mens: 2900 ppm
      Subacute tot chronische giftigheid:
      Er bestaan geen objectieve definitieve conclusies met betrekking tot het kankerverwekkende effect van deze stof. Er is geen schade te verwachten voor de ongeboren vrucht, mits de VLA voorwaarden worden nagekomen.

      11.2Schadelijke gevolgen voor de gezondheid:

      Bij inademing van dampen: Irritaties in slijmvliezen, hoesten, ademhalingsmoeilijkheden.
      Bij absorptie: benauwdheid, krampen, verdovingstoestand.
      Bij inslikken: misselijkheid, braken, nierstoornissen, leverstoornissen.
      Bij contact met de huid: irritaties.
      Door oogcontact: irritaties.
      Na periode van latentie: effecten op het centrale zenuwstelsel.


  1. Ecologische informatie
      12.1Mobiliteit:

      ------

      12.2Giftigheid voor het milieu :

      12.2.1 - Test EC50 (mg/l):
      Bacteriën (Photobacterium phosphoreum) = 118 mg/l ; Classificatie : Uitermate giftig
      Bacteriën (Ps. putida) = EC0 6 mg/l ; Classificatie : Buitengewoon giftig
      Algen (Sc. cuadricauda) = EC0 >1000 mg/l ; Classificatie : Zéér giftig
      Algen (M. aeruginosa) = EC0 63 mg/l ; Classificatie : Buitengewoon giftig
      Schaaldieren (Daphnia Magna) = 1313 mg/l ; Classificatie : Zéér giftig
      Vissen (Leuciscus Idus) = 136 mg/l ; Classificatie : Uitermate giftig
      12.2.2- Receptor:
      Risico voor waterleefmilieu = Hoog
      Risico voor bodemleefmilieu = Hoog
      12.2.3.- Opmerkingen:
      Buitengewoon schadelijk voor het milieu in welk milieu dan ook doordat het biologisch niet afbreekbaar is en door bioaccumulatie.

      12.3Afbreekbaarheid:

      12.3.1- Test:-------
      12.3.2 - Classificatie met betrekking tot biothische afbreekbaarheid:
      BOD5/COD Biologische afbreekbaarheid = -----
      12.3.3 - Abiothische afbreekbaarheid volgens pH: -------
      12.3.4 - Opmerkingen:
      Niet biologisch afbreekbaar product.

      12.4Accumulatie:

      12.4.1 - Test:
      -------
      12.4.2. - Bioaccumulatie:
      Risico = -----
      12.4.3 - Opmerkingen:
      Bioaccumuleerbaar product.

      12.5Andere mogelijke effecten op het natuurlijk milieu :

      Sterk verontreinigend product. Maximale voorzorgsmaatregelen in acht nemen bij behandeling teneinde niet te morsen.


  1. Overwegingen met betrekking tot verwijdering/afvoer
      13.1Stof of preparaat:

      Binnen de Europese Unie zijn geen gelijksoortige maatstaven opgesteld voor het afvoeren van chemische afvalstoffen diehet karakter hebben van bijzondere afvalstoffen. Behandeling en afvoer zijn onderworpen aan de interne reglementen. Daarom dient, per geval, contact opgenomen te worden met de bevoegde autoriteit, of met bedrijven die wettelijkvergunning hebben verkregen voor het afvoeren van afvalstoffen.
      2001/573/EG: Beschikking van de Raad van 23 juli 2001 tot wijziging van Beschikking 2000/532/EG van de Commissie wat de lijst van afvalstoffen betreft.
      Richtlijn 91/156/EEG van de Raad van 18 maart 1991 tot wijziging van Richtlijn 75/442/EEG betreffende afvalstoffen.

      13.2Verontreinigde verpakkingen:

      Verontreinigde potten en verpakkingen van gevaarlijke stoffen of preparaten dienen dezelfde behandeling te ondergaan alsde producten die in die verpakkingen hebben gezeten.
      Richtlijn 94/62/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 1994 betreffende verpakking en verpakkingsafval.


  1. Informatie met betrekking tot het transport

      Over land (ADR):
      Technische naamgeving: TRICLOROETILENO
      ONU 1710     Soort: 6.1     Verpakkingsgroep: III
      Over zee (IMDG):
      Technische naamgeving: TRICLOROETILENO
      ONU 1710 Soort: 6.1 Verpakkingsgroep: III
      Luchtvracht (ICAO-IATA):
      Technische naamgeving: Tricloroetileno
      ONU 1710     Soort: 6.1     Verpakkingsgroep: III
      Verpakkingsinstructies: CAO 612      PAX 605     


  1. Informatie overeenkomstig de voorschriften
      15.1Etikettering volgens REACH

      Symbolen: P    
      Gevarenaanduidingen: Vergiftig    
      Zinnen R: 45-36/38-52/53-67 Kan kanker veroorzaken. Irriterend voor de ogen en de huid. Schadelijk voor in het water levende organismen, kan in het aquatisch milieu op lange termijn schadelijke effecten veroorzaken. Dampen kunnen slaperigheid en duizeligheid veroorzaken.
      Zinnen S: 53-45-61 Blootstelling vermijden-voor gebruik speciale aanwijzingen raadplegen. In geval van ongeval of indien men zich onwel voelt onmiddellijk een arts raadplegen (indien mogelijk hem dit etiket tonen). Voorkom lozing in het milieu. Vraag om speciale instructies-veiligheidskaart.
      Indexcijfer EG: 602-027-00-9


  1. Overige informatie

      Nummer en datum van revisie:4 26.04.08
      Met betrekking tot de vorige revisie zijn er veranderingen opgetreden in de paragrafen: 8.
      De bovenstaande gegevens gelden alleen voor het in hfst. 1 genoemde product en de in dit veiligheidsinformatieblad vermelde omstandigheden. De gegevens gelden niet zondermeer wanneer het product samen met andere producten wordt gebruikt. En niet zondermeer wanneer het product in een proces wordt toegepast. Alhoewel de samenstelling van dit veiligheidsinformatieblad met de meeste zorg is gedaan, kan Brenntag Nederland B.V. geen enkele aansprakelijkheid aanvaarden voor schadelijke gevolgen die eventueel uit het gebruik van deze gegevens of van dit product zouden kunnen ontstaan. De gebruiker dient zich er vooraf van te overtuigen of de gegevens volledig en geschikt zijn voor de speciale toepassing van dit product.